|
UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM 2:

Profiel Socrates-leerstoel Universiteit van Amsterdam 2 (Faculteit Maatschappij- en Gedrags- wetenschappen)
Prof. dr. Annemarie Mol
Bijzondere leeropdracht: 'Sociale theorie, humanisme en materialiteit'. Email:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
Annemarie Mol (1958) studeerde af aan de Universiteit Utrecht in de geneeskunde (vrije studierichting) en in de filosofie. Daarna volgde ze onderwijs in de sociale wetenschappen in Parijs en Amsterdam. Ze promoveerde in Groningen, samen met Peter van Lieshout, bij Lolle Nauta, Gerard de Vries, Jan van Es en Berthold Gersons op een gecombineerd filosofisch / semiotisch / historisch onderzoek: Annemarie Mol & Peter van Lieshout (1989), Ziek is het woord niet. Over medicalisering, normalisering en de veranderende taal van huisartsgeneeskunde en geestelijke gezondheidszorg, 1945-1985 (Nijmegen, SUN). Daarna ontwikkelde ze de ‘empirische filosofie’ verder door filosofische en etnografische onderzoeksmethoden te combineren. Ze deed veldwerk in Nederlandse ziekenhuizen. Ze is sinds 2006 lid van de Sociaal Wetenschappelijke Raad van het KNAW. Voor haar boek The Body Multiple (2002) ontving ze de Ludwig Fleck Prize en de Sociology of Health and Illness Book Prize.
Vanaf 1996 was prof. Mol één dag in de week Socrates-hoogleraar bij de Universiteit Twente, met als leeropdracht 'Politieke filosofie, in het bijzonder de humanistische bezinning op politiek- maatschappelijke vraagstukken als gevolg van de invloed van techniek en technologie op de samenleving'. Daar werkte ze aan een humanisme dat ontsnapt is aan de fantasie dat na de dood van God de mens op Zijn troon is gaan zitten en via de Rede over zichzelf en de wereld heerst. De ‘mens’ die in prof. Mols werk figureert, is niet rationeel, maar fragiel. Het is trouwens geen ‘de’ mens: het zijn er een paar miljard. Mensen zijn lichamelijke wezens en als ze niet goed voor hun lichamen zorgen, gaan ze dood. Dat ‘zorgen’ intussen, is niet iets zachts en vriendelijks; en al evenmin een contrapunt van ‘techniek’. Zorgen vereist technieken en behelst een specifieke omgang met technieken. Het is een knutselende, dokterende, zoekende manier van denken en doen.
Met ingang van 15-12-2008 is prof. Mol als Socrates-hoogleraar op het gebied van 'Sociale theorie, humanisme en materialiteit' benoemd bij de Universiteit van Amsterdam, in de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen. Zij richt haar onderzoek daar op de grondslagen van de sociale wetenschappen. Haar speciale belangstelling gaat uit naar de materialiteit van het bestaan en naar de menselijke lichamelijkheid. Met welke andere methoden en andere woorden zouden die beter verwerkt kunnen worden in de sociale, socio-materiële, theorievorming? In haar boek The Body Multiple (Duke University Press, 2002) demonstreerde prof. Mol daartoe een mogelijkheid: het gedetailleerd etnografisch onderzoeken van praktijken maakt het mogelijk om ‘het lichaam' te leren kennen als een, telkens andere, ‘dader die wordt gedaan'. In De logica van het zorgen (Uitgeverij Van Gennep, 2006) thematiseerde prof. Mol het proces van kennen en interveniëren in lichamen. Ze betoogde dat de grilligheid van lichamen met zich meebrengt dat ‘dokteren' meer perspectief biedt dan ‘controleren' en liet zij zien dat ook technieken grillig zijn. In een serie artikelen over metaforen als ‘netwerk', ‘vloeistof' en ‘semipermeabele grenzen' stelde zij de verplaatsbaarheid van dingen (waterpompen, virussen) en praktijken (meten, diagnosticeren) aan de orde. Daarbij ging het vooral om de geografische verplaatsbaarheid van het mondiale noorden naar het zuiden en omgekeerd. Op dit moment en in de nabije toekomst richt haar onderzoek zich op eten. Eten is niet alleen biologisch en sociaal, maar ook intiem en mondiaal. Socio-materiële verhoudingen onderzoeken aan de hand van eten geeft dan ook nieuwe inzichten in de verbanden en de verschillen tussen mensen wereldwijd. En waar ‘handelen' in de westerse traditie vooral begrepen is vanuit het letterlijk bewegen van de handen, doet zich de vraag voor wat er gebeurt als we er ‘eten' model voor laten staan.
Annemarie Mol: ‘In mijn oratie Wat is Kiezen? Een empirisch-filosofische verkenning zette ik in 1997 de grote lijnen uit van wat ik met mijn leerstoel in Twente voor ogen had: voortbouwend in de lijn van de humanistische traditie een aantal van de “heilige huisjes” van die traditie kritisch analyseren en waar nodig en mogelijk bijstellen. Mijn primaire focus lag daarbij op de manier waarop in het klassieke humanisme autonomie als ideaal figureert. De “autonome mens” vertoont al te veel trekken van de monotheïstische god wiens opvolger hij is. Om techniek en technologie nader te kunnen analyseren is het van belang om juist de materiële, lichamelijke en fragiele kanten van mensen, de rest van de natuur, en ons aller samenleven te thematiseren. Door daar een bijdrage aan te leveren wil ik het humanisme helpen vernieuwen en relevant houden voor hedendaagse samenlevingen en hedendaagse problemen. En al neemt dat telkens weer net iets andere vormen aan, ik wil dat nog steeds. In Wat is kiezen? benaderde ik “kiezen” dan ook vanuit de vraag, welke praktijken er eigenlijk bij horen. Hoe verhouden die zich tot andere praktijken, waar treden botsingen en fricties op en wat betekent dit voor techniek en technologie: zijn dat gewillige instrumenten die onze keuzen mogelijk maken, of is er iets anders aan de hand? Autonomie, het ideaal dat “kiezen” zou moeten dienen, is beslist aantrekkelijk in een context waarin knechtschap de belangrijkste dreiging vormt. Dat is op veel plaatsen nu echter niet meer het geval. In westerse samenlevingen als de Nederlandse lijkt het er veeleer op, alsof juist de illusie dat mensen, lichamen èn technieken met rationele middelen voorspelbaar te maken zijn en met vaste hand zijn te sturen, een goede omgang met technieken in de weg staat. Een humanisme dat nu “autonomie” blijft roepen, schiet dan ook tekort. Er zijn andere ideeën en idealen nodig. In mijn werk probeer ik aan zulke idealen vorm en inhoud te geven.'
Enkele recente publicaties - Annemarie Mol (2006), De logica van het zorgen. Actieve patiënten en de grenzen van het kiezen, Amsterdam, Van Gennep. - John Law & Annemarie Mol (2006), ‘Globalisation in Practice: on the Politics of Boiling Pigswill’, in: Geoforum doi:10.1016/j.geoforum.2006.08.010 - Annemarie Mol (2006), ‘Koning schaak: mannen prijzen als stijloefening’, in: Gender. Tijdschrift voor genderstudies, vol. 9, nr. 3, p. 63-78. - Annemarie Mol (2006), ‘Proving or Improving: On Health Care Research as a Form of Self-Reflection’, in: Qualitative Health Research, vol. 16, nr. 3, p. 405-414. - Annemarie Mol & John Law (2004), ‘Embodied Action, Enacted Bodies. The Example of Hypoglycaemia’, in: Body & Society, Vol. 10 (2-3), p. 43-62. - Rita Struhkamp, Annemarie Mol & Tsjalling Swierstra (2004), ‘Laten is moeilijk om te doen. Lijden in de praktijk van het revalidatiecentrum’, in: Krisis. Tijdschrift voor empirische filosofie, nr. 1, p. 23-37. - Annemarie Mol (2002), The Body Multiple. Ontology in Medical Practice, Durham, Duke University Press, 2002. - John Law & Annemarie Mol (red.) (2002), Complexity in Science, Technology and Medicine, Durham, Duke University Press. - Annemarie Mol (2002), ‘Cutting Surgeons, Walking Patients. Some Complexities involved in Comparing’, in: John Law & Annemarie Mol (red.), Complexities, Durham, Duke University Press, p. 218-257. - Hans Harbers, Annemarie Mol & Alice Stollmeijer (2002), ‘Food Matters. Arguments for an Ethnography of Daily Care’, in: Theory, Culture and Society, vol. 19 (5/6), p. 207-226.
Contactgegevens Universiteit van Amsterdam Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen Afdeling Sociologie en Antropologie Spinhuis Oudezijds Achterburgwal 185 1012 DK Amsterdam Email:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
|