Onderwijs Humanistiek
Onderwijsprogramma Universiteit voor Humanistiek:
Actueel onderwijsprogramma Socrates-leerstoel Universiteit voor Humanistiek
Docent: prof. dr. Joachim Duyndam
Leeropdracht: 'Wijsbegeerte, in het bijzonder met betrekking tot humanisme, mensbeeld en geestelijke weerbaarheid'.
Nadere informatie:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
In het kader van de Socrates-leerstoel verzorgt prof. dr. Joachim Duyndam twee cursussen:
A. LEVENSBESCHOUWING EN ONDERZOEKSLEER 1:
De betekenis van voorbeeldfiguren in humanisme en humanistiek (L&O1)
Aantal EC: 7,5
Variant Levensbeschouwing & Onderzoeksleer
Periode: III (jaarlijks)
Dagdeel: nader te bepalen, maar niet op dezelfde dag als GB/L&O (MF A1)
Code: LO-10
Coördinator: Joachim Duyndam
Docenten: Joachim Duyndam en Dieuwertje Bakker
Werkvorm: Werkcollege
Voorkennis: Bachelor humanistiek of vergelijkbare vooropleiding
Afronding: Schriftelijk werkstuk constructieve deelname aan de werkcolleges
Verplichte literatuur:
- De teksten die zijn opgenomen in het readergedeelte van het UvH-werkboek.
- Alma, H. en A. Smaling (red.) (2009), Waarvoor je leeft. Studies naar humanistische bronnen van zin. Amsterdam: SWP / HUP.
- Samuel IJsseling. Mimesis (wordt uitgereikt, is al lang niet meer verkrijgbaar).
- Frans de Waal (2009), Een tijd voor empathie. Wat de natuur ons leert over een betere samenleving. Amsterdam: Contact.
- Marco Iacoboni (2008), Het spiegelende brein. Over inlevingsvermogen, imitatiegedrag en spiegelneuronen. Amsterdam: Nieuwezijds.
Definitie
Humanistiek onderzoek, vanuit filosofische, gedrags- en hersenbiologische bronnen, naar de betekenis die voorbeeldfiguren kunnen hebben voor individuele en collectieve zingeving en voor het morele handelen; alsmede reflectie op filosofisch-hermeneutische broninterpretatie en empirische kennisverwerving, en hun betekenis voor de humanistiek.
Inhoud
Voorbeeldfiguren spelen een belangrijke rol in ons leven. Bij veel van wat wij doen en laten in het dagelijks leven en de keuzes die we daarbij maken, worden wij gestuurd en geïnspireerd door aansprekende of juist afschrikwekkende voorbeelden. Niet alleen in opvoeding en onderwijs is de voorbeeldfunctie van opvoeder en docent een erkende invloedrijke factor, maar ook het volwassen leven van het autonome individu laat zich bij zijn keuzes en zijn zingevende oriëntatie in hoge mate leiden door allerleisoortige voorbeelden, ook al is men zich dit niet altijd bewust. Het kan daarbij gaan om levende voorbeeldfiguren uit de directe omgeving, maar ook om personages uit films of romans, bekenden uit de media, politici, kunstenaars, historische figuren, enzovoort.
De werking, het effect of de inspiratie van een voorbeeldfiguur op een handelend en zingevend subject en omgekeerd: de al dan niet bewuste keuze van een handelend en zingevend subject voor een bepaalde voorbeeldfiguur, kan worden gearticuleerd in termen van mimesis. Het betekenisveld van dit oorspronkelijk Griekse begrip is echter heel ruim: van loutere nabootsing, spiegeling of kopieergedrag tot aan creatieve navolging die het voorbeeld kan ‘overtreffen'. In deze module zullen verschillende aspecten van mimesis worden onderzocht.
In de hedendaagse ethiek heeft de betekenis van voorbeeldfiguren voor het morele handelen opmerkelijk genoeg een weinig prominente plaats. Voorbeelden gelden daar hoogstens als illustraties bij algemene regels, principes of deugden; of als nuttig demonstratiemateriaal voor casuïstiek. In de bekende en invloedrijke ontwikkelingstheorie van Lawrence Kohlberg geldt het navolgen van voorbeelden zelfs als teken van morele onvolwassenheid. In oudere ethiek, zoals in die van Aristoteles of in de christelijke ‘heiligentraditie', is men zich echter veel meer bewust van de kracht van voorbeeldfiguren. Verder vinden we in recent gedragsbiologisch en hersenbiologisch onderzoek interessante resultaten ten aanzien van mimetisch gedrag en handelen. De evolutionair denkende gedragsbioloog en primatoloog Frans de Waal constateert een continuïteit tussen mens en dier waar het gaat om morele kwaliteiten. En in recent hersenonderzoek wordt naarstig gezocht naar biologische verklaringen van mimetisch gedrag. Deze beide wetenschappelijke bronnen stellen het humanisme voor grote uitdagingen waar het gaat om visies op de mens en het menselijke.
De filosofische invalshoek van de docent van deze module probeert de verschillende kennisbronnen die in de module aan bod komen op hermeneutische wijze te integreren, en verbanden te leggen met humanisme en humanistiek. Wie zijn aansprekende voorbeeldfiguren in het humanisme? Valt de praktijk van navolging te rijmen met humanistische idealen van autonomie en eigen verantwoordelijkheid? Welk belang kent de humanistiek toe aan navolging en identificatie in haar reflectie op zingeving en humanisering? Daarbij wordt steeds en expliciet gereflecteerd op de gepraktiseerde (filosofisch hermeneutische, levenswetenschappelijke en andere) onderzoeksperspectieven en methoden in het kader van onderzoeksleer.
Tenslotte bevat deze module ook een empirisch deel, middels de zelfconfrontatiemethode (ZKM). Deze methode van empirisch onderzoek wordt ingezet ten behoeve van de eindopdracht van deze module, waarin de studenten een eigen voorbeeldfiguur analyseren en beargumenteren.
B. GEESTELIJKE BEGELEIDING LEVENSBESCHOUWELIJK DOORLICHT (GB/L&O)
Aantal: EC 7,5
Variant(en): Geestelijke begeleiding en Levensbeschouwing & Onderzoeksleer
Periode: III (jaarlijks)
Dagdeel: Donderdagochtend
Code: MF-A1
Coördinator: Joachim Duyndam
Docenten: Joachim Duyndam en Ton Jorna
Werkvormen: Werkcollege
Afronding: Schriftelijk tentamen
Verplichte literatuur:
-Peter Derkx (red.) J.P. van Praag. Om de geestelijke weerbaarheid van humanisten. Utrecht: Humanistisch Archief / Breda: Papieren tijger.
-Alma, H. en A. Smaling (red.) (2009), Waarvoor je leeft. Studies naar humanistische bronnen van zin. Amsterdam: SWP / HUP.
-UvH-werkboek (incl. reader).
-Overige literatuur wordt nader bekend gemaakt (zie werkboek).
Doel
Het uitrusten van geestelijk begeleiders met kennis, inzicht, bagage en vertrouwdheid met betrekking tot levensbeschouwelijke, in het bijzonder humanistische aspecten van geestelijke begeleiding.
Inhoud
De geestelijke begeleiding waartoe men aan de UvH wordt opgeleid, wordt door de UvH opgevat vanuit levensbeschouwelijke, in het bijzonder humanistische uitgangspunten. Dit betekent dat zowel de theorie als de praktijk van de geestelijke begeleiding aan de UvH worden geïnterpreteerd, vormgegeven en onderwezen vanuit kennis van en inspiratie door de humanistische traditie in de cultuur.
Het humanisme is een traditie van morele en esthetische waarden, van kritische reflectie, van filosofie, wetenschap en kunst. Door onderzoek, zowel wetenschappelijk als artistiek, door onderwijs en opvoeding, en door het voeren van een open dialoog in de maatschappij, streeft het humanisme naar de bevordering van zingeving en humanisering in de samenleving. Het humanisme wordt aan de UvH opgevat als een inclusieve levensbeschouwing: in plaats van het humanisme exclusief en zuiver te positioneren naast of tegenover andere levensbeschouwingen, zijn vanuit een inclusieve opvatting van humanisme in andere levensbeschouwingen en religies humanistische opvattingen en praktijken aanwijsbaar. Juist hierbij zoekt het inclusief humanisme aansluiting. Het spreekt vanzelf dat het humanisme zoiets alleen geloofwaardig kan doen vanuit een onvoorwaardelijke bereidheid tot zelfkritiek.
Geestelijke begeleiding neemt in het humanisme een belangrijke plaats in. In de begeleiding bij levensvragen van mensen in normale of (door ziekte, gevangenschap, of anderszins) bijzondere omstandigheden vormen zingeving en humanisering bij uitstek de inzet. De ‘substantie' van de geestelijke begeleiding kan worden beschreven in termen van existentiële thema's. Existentiële thema's kunnen worden omschreven als kenmerken, domeinen, situaties en gebeurtenissen die wezenlijk zijn voor het menselijk bestaan, in die zin dat ze in ieders leven doorgaans op een of andere wijze van betekenis zijn. Voorbeelden van dergelijke ‘existentialen' zijn schuld, schaamte, vergeving, verzoening, (zelf)respect, eer, eigenwaarde, afhankelijkheid, kwetsbaarheid, troost, inspiratie, hoop, moed, vernedering, liefde, vriendschap, ziekte, angst, wanhoop, ontsnapping, dood, enzovoort. Soms zijn deze thema's expliciet aan de orde, meestal blijven ze echter impliciet of op de achtergrond van de feitelijke gespreksonderwerpen in de geestelijke begeleiding. Ze kunnen niettemin worden beschouwd als de kern waar het in de gesprekken om gaat. Ze zijn bovendien meestal verbonden met iemands levensbeschouwing. Het is van groot belang dat de humanisticus vertrouwd is met dergelijke thema's, ze herkent in de gesprekken met cliënten, ze in de geestelijke begeleiding kan hanteren, en ze in levensbeschouwelijk - in het bijzonder: humanistisch - perspectief kan plaatsen. Daartoe moet de humanisticus zich onder andere goed bewust zijn van de eigen levensbeschouwing.
In deze module worden studenten geholpen een weg te vinden in dit magnetisch veld van levensbeschouwing, humanisme en geestelijke begeleiding. Daarbij kan niet worden volstaan met een passieve, louter consumerende studiehouding. Van de studenten wordt een actieve (zelf)onderzoekende inzet verwacht.